Leemansmolen wordt -na 90 jaar- weer een pelmolen


(publicatiedatum: 20-01-2013)

De Leemansmolen in Vriezenveen werd in 1862 gebouwd als korenmolen én pelmolen. Het pelmolengedeelte, de ‘pellerij’, is echter al sinds 1923 buiten bedrijf, omdat de pelsteen in dat jaar werd verkocht.
Maar nu zijn vrijwillig molenaar Wim de Goeijen en leerling-molenaar Roald Hans (beiden in het dagelijks leven werkzaam bij o.a. molenrestauratieprojecten) bezig om de pellerij in oude staat te herstellen. Onderdeel van deze restauratie is het (terug)plaatsen van een 2000 kg zware pelsteen, een bijzonder soort molensteen.
Mede dankzij subsidies en bijdragen van de ‘Zakenvrienden van de Leemansmolen’ kon al zo snel in 2013 met deze restauratie worden begonnen.

Volg de restauratie via ons foto-album 'Restauratie pellerij' >>

Wat is een pelmolen?

Een pelmolen is een type molen waarin met een pelsteen het vliesje van de gerstekorrel wordt gepeld. Gepelde gerst heet ‘gort’. Tot begin 20e eeuw was gort het belangrijkste voedsel voor de plattelandsbevolking.
Een pelmolen kan pas werken bij een windkracht van ten minste 5 Bft. De meeste pelmolens hebben –net als de Leemansmolen- naast een pelsteen ook maalstenen, omdat er bij onvoldoende wind voor het pellen nog wel graan gemalen kan worden.

Pelsteen ligt verzonken in tussenvloer

De Leemansmolen heeft op de eerste verdieping een vloergedeelte met een dubbele balkenlaag. In deze ‘tussenvloer’ komt de pelsteen in een soort van houten kuip (cirkelvormige houten rand van ongeveer 60 cm hoog) te liggen, verzonken tussen de zware balken. Onder de pelsteen komt een ijzeren plaat te liggen.

Hoog toerental pelsteen

Pelstenen maken veel meer omwentelingen per minuut dan maalstenen, waarmee graan gemalen wordt. Vanwege het hoge toerental van een pelsteen is de schade bij een steenbreuk groot. Daarom ligt de pelsteen verzonken in de tussenvloer.

Pelproces van gerst anders dan maalproces bij graan

Het pelproces werkt heel anders dan het maalproces. Graan wordt tot meel gemalen tussen twee maalstenen. Gerst wordt gepeld aan de zíjkant van één pelsteen en met een zgn. pelblik dat aan de binnenkant van de houten kuip, op 1,5 cm afstand van de steen, is bevestigd. De gerst wordt bóvenop de pelsteen gestort en de korrels worden door de snel draaiende steen tegen het pelblik geslingerd.

Het pelblik

Het pelblik is een zeef met scherpe gaatjes waar de gerstekorrel niet doorheen kan, maar het harde vliesje van de gerstekorrel wel. En zo wordt de gerstekorrel gepeld tot gort. De pelsteen zelf is ook nog eens aan de zijkant geribbeld om het pellen te versnellen.

Na 90 jaar weer de functie van pelmolen terug

Eind 19e, begin 20e eeuw was er nauwelijks meer vraag naar gort vanwege de toegenomen aardappelconsumptie. Rond 1923 verkocht toenmalig molenaar Diederik Leemans daarom de pelsteen. Waarschijnlijk aan een machinale pellerij.
Nu, precies 90 jaar na de verkoop van de pelsteen, krijgt de Leemansmolen de functie van pelmolen terug.

Nieuwsarchief