Techniek


Vanaf de 11e eeuw begon men in Nederland windmolens te bouwen. In de 16e eeuw werden er nieuwe typen windmolens uitgevonden (bijv. achtkante stellingmolens, zoals de Leemansmolen). In de 17e eeuw werden er nieuwe functies voor de windmolens bedacht (bijv. polder- en zaagmolens).

Technische verbeteringen

Begin 20e eeuw vonden er allerlei technisch innovaties plaats (andere materialen, verbeterde wieksystemen), maar aan de techniek en de (houten) basisonderdelen van een molen veranderde niet veel.
Ook de in 1862 gebouwde Leemansmolen is een 'gewone' achtkante korenmolen op een stelling. De innovatie is het Van Bussel wieksysteem (meer stroomlijn) op de binnenroede en de regulateur ('hulpmolenaartje') op één maalkoppel.

Technische gegevens Leemansmolen

Een gedetailleerd overzicht van de technische gegevens van de Leemansmolen kun je hier downloaden.

Onderhoud plegen

Onderhoud van de molen is onontbeerlijk om het werk op de molen goed en veilig te doen, net zoals het al bijna 150 jaar wordt gedaan.
De molenaars controleren dan ook regelmatig of de houten kammen en staven in de wielen en rondsels niet los zijn geraakt. Ook checken ze de wieken met de zeilen en de werking van de vang (de "rem").

Neuten aanslaan en stenen billen ...

Verschillende onderdelen worden uit elkaar gehaald, de neuten worden aangeslagen, de zeilen vervangen en de stenen gebild (zie foto).

Smeren en nog eens smeren ...

Er wordt regelmatig met bijenwas, reuzel en wonderolie gesmeerd om het "gaande werk" soepel te laten lopen.

't Billen (scherpen) van de molensteen



Van Bussel wiekverbetering



Een deel van de Vlaamse vang (rem)